Column dossier: ‘De sterren mogen weg, controles moeten blijven’

In Bit 269 vind je het vijftienpagina tellende dossier over manegekeurmerken. Lees hier alvast de column van Hetty de Koning.

Hetty de Koning (56) begon in 1983 manege Groenewoude in Woudenberg. Eerst in een maatschap met haar ouders, later samen met partner Rob. Met haar team en 40 manegepaarden en -pony’s geeft ze met veel passie en plezier les aan zo’n 350 klanten per week. Voor mensen die door een beperking en/of hun financiële situatie niet kunnen paardrijden, heeft ze Stichting Ponypret opgericht. Ze is lid van de FNRS en haar manege krijgt vier sterren. 

“Onderscheid maken. Dat was de belangrijkste reden om gelijk vanaf de start van de manege lid te worden van de FNRS. Inmiddels hebben we niet zo heel veel concurrentie meer in de buurt, maar dertig jaar geleden waren er best wat boeren in de omgeving die voor een prikkie kinderen op hun pony’s lieten rijden. Daar viel niet tegenaan te concurreren. Met het FNRS-bord aan de muur konden wij laten zien dat we staan voor kwaliteit. We begonnen met drie sterren en in de loop van de jaren zijn dat er vier geworden. Er is zelfs nog sprake van geweest dat we er een vijfde ster bij zouden krijgen, maar de bushalte was te ver weg en nog een paar van die onzinnige dingen. Toen hebben we ook gezegd: laat maar. Alsof dat het belangrijkste is. Vier sterren is ook prima. Die sterren hebben ook nog wel eens voor opschudding gezorgd op ons erf.

Ik kan me nog goed herinneren dat er in de beginjaren een inspecteur over de vloer kwam voor een controle. Die meneer had van alles op en aan te merken. Hij had zoveel commentaar dat mijn vader zei: ‘Ga jij maar lekker naar huis, ik hoef helemaal geen sterren meer van jou’. Ik heb daarna thuis nog even flink moeten pushen om toch lid te blijven. Tegenwoordig komen de inspecteurs veel minder met het opgeheven vingertje en meer adviserend.

Wat mij betreft stoppen we met het toekennen van sterren. Iedereen moet het goed doen voor de paarden, dat is eigenlijk het belangrijkst. De controles moeten er wel blijven, al is het maar omdat dat je als ondernemer scherp houdt. Onaangekondigd? Ook geen probleem. Ik heb niks te verbergen en ik ben trots op hoe we voor onze paarden zorgen. Als manege moet je open zijn, helemaal in deze tijd waarin de welzijnsdiscussie stevig gevoerd wordt. Hoe meer mensen van buitenaf komen kijken hoe we het doen, hoe beter.

Het laatste wat we willen als sector is dat mensen die nog nooit in de buurt van een paard zijn geweest, uiteindelijk gaan beslissen dat we niet meer op paarden mogen rijden vanuit welzijnsoogpunt. Daar zou ik niet aan moeten denken. Ik ben wel benieuwd naar het nieuwe sterrenstelsel en de eventuele gevolgen daarvan. Ik weet bijvoorbeeld dat mijn ponystallen aan de kleine kant zijn. Maar mijn pony’s staan wel elke dag vijf uur buiten en ze lopen in de lessen. Ook de paarden komen iedere dag een paar uur buiten, ofwel op de wei of met zijn allen in een grote paddock. Voordat de lessen beginnen, gaan alle paarden terug op stal, ook om onveilige situaties te voorkomen. Ik denk dat we op de goede weg zijn.

In de hele welzijnsdiscussie raakt soms wat ondergesneeuwd dat de meeste manegehouders hart voor hun dieren hebben. Natuurlijk, je moet ook wat verdienen, maar de meeste mensen hebben de intentie om het goed te doen voor hun dieren. Ik ken mijn pony’s en paarden allemaal. De een wil liever binnen, de ander heeft rust nodig, weer een ander heeft eczeem. Ik probeer met alle dieren rekening te houden. Het is altijd een beetje schipperen.

Advies is altijd welkom, maar het moet wel kunnen en haalbaar zijn. Ik wil ook dat mijn lessen betaalbaar blijven voor een breed publiek. Dat het ook voor kinderen die het moeilijker hebben, mogelijk is om plezier met paarden te hebben. Als we heel grote investeringen zouden moeten doen, dan moet het lesgeld omhoog. Dan wordt paardrijden misschien weer een elitaire sport en dat kan niet de bedoeling zijn.”